in

Juul (42) sloeg haar eigen kind: ‘Kortsluiting in mijn hoofd. Ik greep Joachim en begon te slaan.’

Juul (42), zelf geslagen als kind, wist één ding heel zeker: zij zou haar eigen kinderen nóóit slaan. Maar het liep helaas anders.

‘Het is een prachtige lentedag. Ik sta in de keuken en kijk vertederd naar twee kleine meisjes die buiten spelen. Zo lief, die twee peuters, allebei met dunne vlechtjes. Ik zie hoe mijn dochter op de trampoline wil klimmen en daarna zie ik hoe haar vriendinnetje die er blijkbaar als eerste op had gewild, haar schoen uittrekt. Om die vervolgens met volle kracht meerdere malen op het hoofd van mijn jongste neer te laten dalen. In mijn hoofd slaat een stop door. Ik vlieg naar buiten, grijp het vriendinnetje bij haar dikke armpje en geef haar een pak slaag op haar billen. Ondertussen bijt ik haar, tussen mijn opeengeklemde kaken door, toe: ‘Dat. Mag. Jij. Nooit. Meer. Doen.’

Pas als Fien net zo hard huilt als mijn dochter Sophie, kom ik bij zinnen. Ik loop terug naar de keuken, Fien kruipt onder de tuintafel en blijft daar zitten als een zielig hoopje. Als mijn hoofd weer een beetje helder is, is mijn eerste gedachte: shit, ze kan praten. En daarna: wat heb je gedaan! Ik bel Fiens moeder en leg uit wat er gebeurd is. Ze zegt dat ze er nu aan komt.

Ik loop naar de tuin, zak op mijn hurken en vraag aan Fien of ze onder de tafel vandaan wil komen, dat mama haar zo komt halen. We lopen naar de voortuin en samen wachten we op haar moeder. Zodra ze er is, neemt ze Fien bij de hand en zegt: ‘We gaan naar huis, schat.’ Vlak voor ze op haar fiets stapt, zegt ze dat Fien hier voorlopig niet meer komt spelen. ‘Fien heeft nog nooit een tik gehad,’ zegt ze erachteraan.’

‘Ik was erna intens verdrietig. Dat arme kind. Hoe had ik dit kunnen doen?’

De eerste klap
‘Nog nooit een tik gehad… De woorden echoën na in mijn hoofd. Dat geldt wel voor mijn dochter Sophie, maar bepaald niet voor mijn oudste, haar broer Joachim. De klappen die gevallen zijn, zijn niet op de vingers van één hand te tellen – misschien net op de vingers van twee handen. Joachim… Wat was ik ongelofelijk trots en blij toen ik hem kreeg. Zo’n mooi jongetje!

Al kwamen er heel langzaam wel wat barstjes in het mooie plaatje. De woorden die hij maar bleef herhalen. Zijn vreselijke angsten. Zijn hysterie als er geluiden klonken. Het was om gek van te worden. Waar ik ook met hem was, ik was continu gespannen en op mijn hoede want hij flipte om het minste of geringste en daarna was er geen land meer met hem te bezeilen. Het was het begin van een zoektocht: wat is er met Joachim aan de hand? Waarna een eindeloze rij hulpverleners en therapieën de revue passeerden.

Toen Joachim bijna vijf was, kwam onze dochter Sophie. En gingen we gewoon door met het zoeken naar de juiste therapie. Zat ik op mijn vrije dag weer uren bij de fysiotherapeut waar Joachim een-op-een aandacht kreeg en uitgebreid geborsteld werd (borsteltherapie) om zijn angsten te bezweren en zo hopelijk beter in zijn vel kwam zitten.

Het sloop erin. Dat ik hem af en toe te hard bij zijn armpje greep. Het schreeuwen, als hij voor de zoveelste keer in zijn broek had gepoept. Want ja, poepen op de wc vond hij ook zo eng. Hij blééf maar in zijn onderbroek poepen, zo smerig. De eerste klappen vielen. Vaak op momenten van stress. Als ik er helemaal doorheen zat en Joachim precies die momenten uitkoos om iets te doen waardoor bij mij de stoppen doorsloegen.

Zoals die keer toen ik even met zijn zusje bezig was, Joachim onder de douche stond, daar ook nog had gepoept en het afvoerputje had dichtgestopt waardoor er in de hele badkamer een laag water stond van een centimeter of vijf. Daarin dreven dus drollen, het water stroomde nog net niet de gang in. De stapel handdoeken was omgevallen dus die waren nat, de twee rieten manden onder de wastafels waren natuurlijk zeiknat en alles wat erin zat.

Lees ook  Zo bescherm je jouw hond of kat tegen al dat knalvuurwerk

Kortsluiting in mijn hoofd. Ik greep Joachim en begon te slaan. En te slaan. Die keer zal ik nooit meer vergeten en Joachim ook niet. Al vertelde hij het gek genoeg die avond bij het eten niet tegen zijn vader. En ik ook niet. Misschien wel omdat we na de uitbarsting allebei zo vreselijk moest huilen. Ik was erna intens verdrietig. Dat arme kind. Hoe had ik dit kunnen doen? Terwijl ik me zó had voorgenomen om nooit zo te worden als mijn eigen vader.’

Daar had je om gevraagd
‘Even terug naar de zomer van 1990. Onze Audi A8 zoeft over de weg. Voorin mijn vader en moeder, achterin mijn twee broers (17 en 8) met mij (15) tussen hen. Mijn jongste broertje zit te stieren. Ik knijp hem en terwijl ik dat doe, beseft ik: oeps, iets te hard. Dit gaat mis.

Mijn kleine broertje zet het op een brullen, mij vader draait zich om en schreeuwt: ‘Wat doe jij nou weer? Blijf. Van. Je. Broertje. Af.’ Met piepende banden komt de auto tot stilstand op de vluchtstrook. Mijn vader loopt om de auto heen, trekt het portier open en trekt mij half uit de auto. Dan geeft hij me zo’n ongenadig harde klap dat mijn mond op de bovenkant van het dak slaat en er een stuk tand afbreekt. ‘Daar had je om gevraagd!’ bijt m’n vader me toe.

We stappen weer in de auto en tot aan Nederland is het stil in de auto, op mijn zachte gesnik na. Met mijn tong voel ik non-stop aan mijn afgebroken tand. Iedereen zal het zien. Wat voor smoes moet ik verzinnen? Ter hoogte van Eindhoven zet mijn vader de radio aan voor het nieuws. Maar eerst is er reclame. Een tandpastareclame voor stralend witte tanden. Mijn oudste broer begint onbedaarlijk te lachen, ik barst opnieuw in snikken uit.’

En praten maar
‘Na het drollenincident volgden er nog meer sla-momenten. Het is een patroon. Eerst is er stress, dan volgen er klappen, daarna is er de spijt en de sorry-sorry-sorry’s. Nooit zegt Joachim iets tegen zijn vader. Ook al vroeg ik dat niet van hem – misschien toch een soort loyaliteit? Als Joachim acht is, belanden we bij een heuse kinderpsychiater. Een gedecideerde, strenge oudere dame die we elke zes weken spreken. Omdat Joachim, inmiddels gediagnosticeerd met ADHD, een angststoornis, een lichte hechtingsstoornis en Gilles de la Tourette, wel wat hulp kan gebruiken en ik als moeder ook. We zijn er ettelijke keren geweest en altijd was het zinnig. En vooral die ene keer. We zaten nog maar net, toen de psych vroeg of er nog bijzonderheden waren? Die waren er zeker.

De dag ervoor had ik Joachim geslagen en hard ook, maar ik hield mijn mond. Joachim keek eerst naar mij, daarna keek hij naar de psychiater en vertelde haar dat ik hem gister geslagen had. En legde trouwhartig uit dat het was gekomen omdat hij, hoewel hij niet mag eten op de bank, zonder bord boterhammen met hagelslag op onze nieuwe bank had gegeten waarna die in één grote chocoladederrie was veranderd. Gevolgd door het inmiddels bekende ‘nu-slaan-de-stoppen-door-moment.’ De reactie van de psychiater was verrassend. ‘Hoe is het nu met de bank?’ vroeg ze vriendelijk. Daar moesten zowel mijn zoon als ik hard om lachen, maar daarna gingen we hier met zijn drieën over in gesprek.

Ik zei dat het natuurlijk niet goed te praten is – iedereen weet dat je je kind niet mag slaan – maar dat ik zelf als kind ook behoorlijk vaak geslagen ben door mijn vader en dat we desondanks een buitengewoon hechte, goede band hebben. Dat geloofde ze onmiddellijk – het een hoeft het ander namelijk niet uit te sluiten. ‘Maar de geweldsspiraal moet doorbroken worden,’ legde ze uit. ‘Als het rood wordt voor je ogen, moet je uit de situatie stappen,’ vervolgde ze. ‘Weglopen moet je, wég van de plek. Ergens anders op adem komen en je concentreren op je ademhaling. Tel voor mijn part tot tien.’ Joachim zat erbij en zei opgewekt: ‘Ja mam, dát moet je doen. Je moet erúit stappen. En op je ademhaling letten.’’

Lees ook  Maak je matras schoon in drie simpele stappen

‘Uit de situatie stappen, ook al wil je op dat moment gewoon bloed zien, bleek een goed advies’

Klaar met slaan
‘Die avond vertelden Joachim en ik bij tijdens het eten aan mijn man hoe het bij de psychiater was geweest en wat we daar besproken hadden. Mijn man oordeelde niet – o opluchting! – maar zei wel: ‘En nu is het wel klaar daarmee.’ De dag erna had ik vrij en besloot ik, beter laat dan nooit, te googelen op het onderwerp.

Op de site van het ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport stond dat naar schatting elk jaar bijna 119.000 kinderen het slachtoffer worden van mishandeling. Ook kwam ik een rapport tegen van het Verwey-Jonker Instituut waarin stond dat kindermishandeling van alle tijden is, dat het onder alle bevolkingsgroepen en in alle culturen plaatsvindt. En dat het risico op geweld tegen kinderen toeneemt als de ouders jong zijn, er sprake is van een laag inkomen en een lage opleiding.

Allemaal factoren die zowel bij mij als mijn ouders niet van toepassing zijn – integendeel. Wat het allemaal net een tikkie beschamender maakte. En nog een heel opvallend, maar ook hoopgevend iets: veruit de meerderheid van de mensen die zelf als kind geslagen zijn, dat dus níet doen bij hun eigen kinderen. En er stond luid en duidelijk: práát erover. Iets wat kinderen dus nauwelijks doen terwijl het dé manier is om het geweld te stoppen.

En ja, zo simpel kan het zijn. Want inderdaad, er zijn daarna – ook al kreeg ik nog weleens een waas voor mijn ogen – geen klappen meer gevallen. Uit de situatie stappen, ook al wil je op dat moment eigenlijk gewoon bloed zien, bleek een goed advies. Met als gevolg dat ik qua slaan onder de tien ben gebleven – in elk geval een veel betere score dan mijn vader. Zelf heb ik geen trauma opgelopen aan de klappen die ik als kind kreeg en ik ga ervan uit dat dat voor Joachim ook geldt. En hoewel er nog steeds een taboe rust op slaan, ben ik wel veel opener over mijn ‘sla-verleden’ geworden en ik denk dat dat goed is. Ik hoop dat moeders en/of vaders die zich herkennen in mijn verhaal, de stap nemen om hulp te zoeken.’

Geen trauma
‘En dan was er natuurlijk nog een slachtoffer: Fien. Het lijkt erop dat ook zij geen trauma heeft overgehouden aan mijn tikken. Jarenlang was de vriendschap tussen Sophie en Fien voorbij, tot ze in groep 7 weer bevriend raakten. Ik vroeg of ze een keer mee wilde naar ons vakantiehuisje en dat wilde ze heel graag. Ze mocht mee van haar moeder en tijdens een spelletje vroeg ik of ze zich nog kon herinneren wat er lang geleden was gebeurd en ik vertelde het verhaal van de trampoline, de schoen en de daaropvolgende represaille. Slap van het lachen hingen mijn dochter en zij tegen elkaar aan. Fien had ooit wel zoiets gehoord, maar ze kon zich er niets van herinneren. Halleluja. Wat een opluchting!’

11-jarig meisje en haar broertje halfdood geslagen door groep jongens in Vlissingen

Gommers: ‘Over een jaar is het virus weg’